Opinie: progressief werken

Huidig Minister van Volksgezondheid Maggie De Block heeft al heel wat stof laten opwaaien met haar boodschap dat mensen die een mutualiteitsuitkering krijgen, ook aangespoord gaan worden om stappen te zetten naar werk. Met die nuance natuurlijk dat ze rekening zullen houden met de situatie waarbinnen de patiënt zich bevindt. Eigenlijk is dit niet nieuw: zo werken GTB en VDAB al een geruime tijd samen met mutualiteiten om mensen mee(r) te gaan begeleiden richting arbeidsmarkt. Daaarnaast kreeg het RIZIV het pilootproject ‘Disability Management’ toegewezen in juni 2014, waarbij experten worden opgeleid om op de werkvloer werkgevers en werknemers meer te gaan ondersteunen in het zoeken naar oplossingen in kader van jobbehoud. (link klik hier)

Het meer promoten van progressieve tewerkstelling (mensen met een ziekte-uitkering stapsgewijs terug aan de slag laten gaan bij een werkgever) is, nu meer dan ooit, een hot item. Maar deze mensen op dezelfde wijze gaan benaderen/begeleiden als mensen die een werkloosheidsuitkering krijgen en worden opgevolgd door RVA? Ik dacht het niet. Lees verder

Druk druk druk

Je zou kunnen denken dat mensen die thuis zijn, zoals ik, een zee van tijd hebben. Ik dacht dat ook, maar toch glippen de dagen door mijn vingers weg. Omdat het allemaal zo snel gaat, hou ik een agenda bij. Daarin schrijf ik mijn afspraken, maar ook de zaken die ik gedaan heb overdag. Zo kan ik bijhouden wat ik doe, wat ik aankan en hoe ik het nog beter zou kunnen plannen. Daarbij komt een extra aandachtspunt, gekregen van mijn psychologe, namelijk: het dagelijks inplannen van ‘me time’.

Je zou denken dat ik de hele dag ‘me time’ in kan plannen, maar blijkbaar is het toch niet zo simpel… Vaste posten in mijn agenda zijn de volgende: kiné, dans en tai chi. Omdat bewegen met reuma nu éénmaal super belangrijk is, probeer ik echt deze zaken systematisch te doen. Zin of geen zin. Pijn of ja, pijn. Vermoeid of ja, vermoeid. Deze afspraken krijgen prioriteit (net zoals de afspraken bij de dokters en specialisten natuurlijk). Sinds vorige week komt daar nu ook één maal per week relaxatie/mindfulness bij. Lees verder

Opinie: sociale zekerheid

Ik weet het allemaal niet meer. Verdwaasd lees ik over de betoging in Brussel en zie ik hoe een wagen in brand wordt gestoken. Warm word ik wanneer ik hoor dat een man spontaan het initiatief neemt om voor de eigenaar van deze wagen, een kleine zelfstandige, geld in te zamelen. Deze fundraising is zelfs zo een succes dat er teveel geld wordt ingezameld, waarvoor er dan weer een professional moet worden ingeschakeld om de verdeling van de gelden goed te laten verlopen.

Langdurige zieken, langdurige werklozen, leefloontrekkers: allen worden met de vinger gewezen. De pensioenleeftijd wordt opgetrokken naar 67, terwijl de werkloosheidsgraad voor 50-plussers steeds groter wordt… Het is een feit: we hebben meer mensen nodig die aan het werk zijn; meer mensen die bijgevolg kunnen bijdragen aan de sociale zekerheid. Maar eerlijk: we gaan toch ergens moeten toegeven dat ons systeem op deze manier niet optimaal werkt. Lees verder

FOD: de vooroordelen bevestigd.

Gisteren had ik het genoegen uitgenodigd te zijn voor een onderzoek door de ‘evaluerende arts’ van de Federale OverheidsDienst (FOD) Sociale Zekerheid, afdeling Directie-generaal Personen met een handicap. Doel van het onderzoek? Van bij aanvang was dit al een misverstand…

Terwijl er van de verkoopsters op de Rue Neuve te Brussel wordt verwacht dat ze tweetalig zijn, blijkt dit aan een onthaal van een Federale OverheidsDienst geen vereiste. Niet dat ik een fervente flamingante ben, maar ik kan me voorstellen dat iemand die geen Frans spreekt, al compleet verloren is van bij het begin. Vriendelijk word ik doorverwezen naar de stoeltjes achter de rode wand, waarna ik word opgehaald door een hele vriendelijke ‘steward’ die – u heeft het al kunnen raden – ook geen jota Nederlands kan.

Een vriendelijke babbel onderweg leert me dat hij het leuker had gevonden een rechtstreekse metro-verbinding te hebben naar de dokterskabinetten, vermits deze zich toch bevinden op verdieping -2. Ook wel ‘onder nul’. Met de (glazen) lift worden we in de kelder gebracht, naar de wachtruimte. Deze hebben ze proberen op te fleuren met een aantal kleurrijke stoeltjes, maar het geheel zag er heel koud en misérabel uit. De artsen voor de Franstaligen zaten recht tegenover het tafeltje van onze ‘steward’, mijn Nederlandstalige arts zou vanuit een andere gang komen.

En effectief. Ik werd onthaald in een donkere, kleine ruimte waar ik al na een half uurtje depressief buiten kwam. Laat staan de arts die, diep verborgen onder de grond, de hele dag ‘profiteurs van het sociale systeem’ moet zitten evalueren…

Het misverstand begon eigenlijk al van bij de aanvraag voor erkenning van een handicap.

FOD

Lees verder