Informatief: Progressief werken

OPGEPAST! Dit blogbericht is niet meer aangepast na 2019! Heb je nood aan begeleiding of advies, dan kan je bij mij terecht via www.veerwerk.be

 

Dit is een zuiver informatief stuk over progressieve tewerkstelling, namelijk deeltijds (opbouwend) werken met behoud van recht op een uitkering van de mutualiteit.

Met oprechte dank aan STEVEN DESCHAMP voor het nalezen, corrigeren en aanvullen van onderstaande tekst. Steven werkt al 14 jaar op dienst vervangingsinkomen van Partena Ziekenfonds.

Wat is progressieve tewerkstelling?

Voor werknemers uit de privésector en zelfstandigen voorziet de wetgever het systeem van toegelaten arbeid of progressieve tewerkstelling. In dit systeem kan een persoon die arbeidsongeschikt verklaard werd door de adviserend geneesheer van het ziekenfonds het werk onder bepaalde voorwaarden gedeeltelijk hervatten. Werknemers die tewerkgesteld zijn in het systeem van toegelaten arbeid behouden het recht op een uitkering van het ziekenfonds naast het loon van de werkgever. De som van het beroepsinkomen en de (verminderde) uitkering liggen altijd hoger dan het bedrag van de uitkering indien je niet werkt.

Bron: Vlaams Patiëntenplatform

Concreet betekent dit dat je als werknemer al na 1 dag van volledige (=100%) arbeidsongeschiktheid aan je adviserende geneesheer van je ziekenfonds kan vragen om deeltijds terug aan de slag te gaan bij je werkgever, met als doel stelselmatig (=progressief) je aantal uren op te drijven tot je opnieuw aan je oorspronkelijk aantal uren – overeengekomen in je arbeidscontract – komt. Als zelfstandige kan dit na 1 maand arbeidsongeschiktheid.

Doel is om stapsgewijs op de werkvloer uit te gaan proberen wat je nog aan kan. Dit kan gaan over de praktische haalbaarheid van het aantal uren, maar evengoed over de jobinhoud en randvoorwaarden (bv woon-werkverkeer, stressbestendigheid,…) Lees verder

FOD: de vooroordelen bevestigd.

Gisteren had ik het genoegen uitgenodigd te zijn voor een onderzoek door de ‘evaluerende arts’ van de Federale OverheidsDienst (FOD) Sociale Zekerheid, afdeling Directie-generaal Personen met een handicap. Doel van het onderzoek? Van bij aanvang was dit al een misverstand…

Terwijl er van de verkoopsters op de Rue Neuve te Brussel wordt verwacht dat ze tweetalig zijn, blijkt dit aan een onthaal van een Federale OverheidsDienst geen vereiste. Niet dat ik een fervente flamingante ben, maar ik kan me voorstellen dat iemand die geen Frans spreekt, al compleet verloren is van bij het begin. Vriendelijk word ik doorverwezen naar de stoeltjes achter de rode wand, waarna ik word opgehaald door een hele vriendelijke ‘steward’ die – u heeft het al kunnen raden – ook geen jota Nederlands kan.

Een vriendelijke babbel onderweg leert me dat hij het leuker had gevonden een rechtstreekse metro-verbinding te hebben naar de dokterskabinetten, vermits deze zich toch bevinden op verdieping -2. Ook wel ‘onder nul’. Met de (glazen) lift worden we in de kelder gebracht, naar de wachtruimte. Deze hebben ze proberen op te fleuren met een aantal kleurrijke stoeltjes, maar het geheel zag er heel koud en misérabel uit. De artsen voor de Franstaligen zaten recht tegenover het tafeltje van onze ‘steward’, mijn Nederlandstalige arts zou vanuit een andere gang komen.

En effectief. Ik werd onthaald in een donkere, kleine ruimte waar ik al na een half uurtje depressief buiten kwam. Laat staan de arts die, diep verborgen onder de grond, de hele dag ‘profiteurs van het sociale systeem’ moet zitten evalueren…

Het misverstand begon eigenlijk al van bij de aanvraag voor erkenning van een handicap.

FOD

Lees verder